wetenschappelijke teksten

Visvetzuren blijven 'hot item'

verschenen in: Hersen Magazine

Vetzuren uit vis staan al jaren in de belangstelling vanwege hun goede werking in het menselijk lichaam. Inname van te weinig vetzuren wordt in verband gebracht met aandoeningen als depressie, ADHD, schizofrenie en de ziekte van Alzheimer. Onderzoekers in Maastricht bestuderen de relatie tussen vetzuren en hersenfuncties.

Vette vis eten is gezond, weet inmiddels vrijwel iedereen. Vette vis bevat veel meervoudig onverzadigde vetzuren. Visvetten zijn ook te koop als pilletje, waarvan vele soorten op de markt zijn. Vetzuren zijn zo belangrijk omdat ze worden verwerkt in de membranen [een dun vlies tussen twee structuren in de cel, red.] van cellen. Ze bepalen de vloeibaarheid van de membranen: hoe meer onverzadigde vetzuren, hoe vloeibaarder de membraan, en hoe beter een cel signalen doorgeeft aan andere cellen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat vetzuren onmisbaar zijn voor de opbouw en werking van de hersenen, waar dagelijks immers ontelbare signalen worden doorgegeven. Minder onverzadigde vetzuren resulteert in slechtere communicatie tussen cellen en daarmee mogelijkerwijs in verminderde cognitieve prestaties.

Goede bron
Vette vis is zo gezond omdat die vol zit met EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur), die behoren tot de omega 3-vetzuren. Ook ALA (alfa-linoleenzuur) behoort tot die groep. ALA is een essentieel vetzuur, dat wil zeggen dat het lichaam het niet zelf kan produceren. Voor DHA en EPA ligt dat anders: het lichaam kan ALA via een aantal tussenstappen omzetten in DHA en EPA. Maar dat proces verloopt niet erg effectief: slechts ongeveer vijf procent van het beschikbare ALA wordt omgezet. Dat komt waarschijnlijk door hinderlijke stoffen in de voeding (zoals de slechte transvetzuren) of door ziekten of genetische aanleg. Het lichaam moet DHA en EPA daarom grotendeels via de voeding verkrijgen. Vette vis is daarvoor een goede bron. Het gaat met name om vissoorten als haring, makreel, sardine, wilde zalm en ansjovis. De hoeveelheden in deze soorten lopen uiteen van 300 tot 1000 mg per 100 gram vis. De Gezondheidsraad adviseert volwassenen per dag 200 mg EPA+DHA uit vis te eten. Dat komt neer op één tot twee keer per week vis eten. Voor kinderen en jongeren (van 6 maanden tot en met 18 jaar) is de aanbeveling 150 tot 200 mg. DHA en EPA zijn van nature aanwezig in moedermelk.

Zwanger
Dr. Renate de Groot van de afdeling Psychiatrie en Neuropsychologie van de Universiteit Maastricht heeft veel onderzoek gedaan naar het verband tussen visvetzuren en cognitie, onder meer bij zwangere vrouwen. ‘Veel vrouwen die zwanger zijn, hebben vanaf week veertien in de zwangerschap last van verminderde cognitie,’ vertelt De Groot. ‘Ze hebben bijvoorbeeld een minder goed geheugen. Waarschijnlijk heeft het te maken met de hoeveelheid opgeslagen vetzuur bij zwangere vrouwen. Die is minder tijdens de zwangerschap.’ De Groot is min of meer bij toeval in het onderzoeksgebied terecht gekomen. In 1998 werkte zij als AIO op de afdeling Humane Biologie in Maastricht. ‘Ik onderzocht op biochemisch niveau de rol van visvetzuren tijdens de zwangerschap. Een van onze diëtisten werd in die tijd zwanger en kreeg last van allerlei cognitieve probleempjes. Ze kreeg een aanrijding met haar auto, ze werd wat vergeetachtig... We zijn dat toen verder gaan onderzoeken bij zwangere vrouwen.’

Ontwikkeling
De afname van de vetzuurstatus bij zwangeren komt wellicht door veranderde hormoonspiegels en doordat de moeder vetzuren doorgeeft aan de foetus. Voor kinderen zijn vetzuren zowel vóór als vlak na de geboorte essentieel voor de ontwikkeling. ‘Kinderen met een betere vetzuurstatus doen het beter in de ontwikkeling,’ weet De Groot. ‘Dat is onder meer te meten aan het gezichtsvermogen: met een hogere vetzuurstatus is dat beter. Extra meervoudig onverzadigd vetzuur draagt ook bij aan een goede ontwikkeling van het ongeboren kind. En na de geboorte geeft de moeder vetzuren door via de moedermelk. Het is gebleken dat baby’s met borstvoeding zich beter ontwikkelen dan met flesvoeding. Tegenwoordig is het verschil iets kleiner omdat aan flesvoeding vetzuren worden toegevoegd.’

Cognitie
Met steun van de Hersenstichting hebben De Groot en haar collega’s zojuist een studie afgerond naar de rol van de vetzuurstatus bij cognitieve veroudering. Die rol ligt voor de hand, maar is nooit systematisch onderzocht. De studie was onderdeel van de MAAS-studie, die factoren die een rol spelen bij cognitieve veroudering onderzoekt. Die studie startte twaalf jaar geleden met ongeveer tweeduizend gezonde deelnemers van 24 tot 81 jaar. De deelnemers zijn uitgebreid onderzocht op onder meer de vetzuurstatus en het cognitief functioneren. De onderzoekers kunnen nu dus meer te weten komen over de relatie daartussen. De gegevens worden op dit moment verwerkt, maar De Groot kan alvast een tipje van de sluier oplichten: ‘Het lijkt erop dat de visvetzuren zelf, gemeten in het bloed van de deelnemers, geen effect hebben op cognitie, maar dat het eten van vette vis wél positieve effecten heeft. Dat ondersteunt het advies om tweemaal per week vette vis te eten. In vis zitten immers meer stoffen dan alleen vetzuren. Bovendien kan het inbouwen van vis in het eetpatroon ook gepaard gaan met verandering van leefstijl. Voor zwangere vrouwen moeten we met het advies misschien dezelfde kant op als met foliumzuur, want vetzuren hebben met name voor de geboorte een groot effect op de ontwikkeling.’ Het Maastrichtse onderzoek zal bijdragen aan het inzicht in de relatie tussen vetzuurstatus en cognitieve veroudering. ‘Het onderzoek zal ongetwijfeld weer nieuwe vragen oproepen,’ besluit De Groot. ‘Het blijft een “hot item”. Het kan in ieder geval geen kwaad om vis te eten. Baat het niet, dan schaadt het niet.’


mijn foto’s

contact

Kees Vermeer
journalist / tekstschrijver
M 06-16708129
e

©2008-2018 Kees Vermeer [colofon]