portretten

Albert van de Voorn
gaat nog niet stilzitten

verschenen in: personeelsblad van RIVM

Zijn lijfspreuk is ‘ken niet bestaat niet’. Albert van de Voorn, bouwkundig coördinator bij de Technische Dienst, is er ver mee gekomen in ons instituut, maar het heeft hem ook opgebroken. Zijn werk was zijn alles, totdat een ernstig auto-ongeluk hem enkele jaren geleden deed beseffen dat het leven méér is dan alleen werken. Albert heeft, na ruim een kwart eeuw zéér trouwe dienst, afscheid genomen van het instituut. Met nog volop plannen voor de toekomst.

Klein van stuk maar duidelijk aanwezig, zo zullen de meesten Albert kennen. Hij weet wat hij wil en wat hij niet wil, en laat zich niet makkelijk van de wijs brengen. Uren zou hij kunnen vertellen over zijn leven bij het RIVM. De terugblik begint in 1973. Toen zette Albert voor het eerst voet op het terrein, als onderhoudstimmerman in dienst van een aannemer. Hij vervulde voor de Rijksgebouwendienst alle bouwkundige werkzaamheden. In 1978 kwam Albert in overheidsdienst bij Rijkswaterstaat en op 1 april 1979 begon hij hier in vaste dienst.

Enorm veel werk
Albert verwierf al snel een vaste plaats binnen de TD, destijds zo’n zeventig mensen groot. Eind jaren tachtig kreeg hij een coördinerende functie. Zijn lijfspreuk getrouw, zag Albert het werk alleen maar toenemen. “Iedereen wist: als iets snel geregeld moet worden, ga je naar Albert. Mijn spoor werd steeds breder. Er is enorm veel werk. Ik had maar één vijand: de computer. Ik was gewend om op een sigarenkistje een offerte te maken. Computers interesseerden mij niet, ik had ook geen tijd om me erin te verdiepen. Uiteindelijk is dat met wat trainingen en bijscholing toch nog redelijk gelukt. Maar dit werk genereert nog steeds een enorme stroom bonnen: meer dan tweeduizend per jaar. Dat vergt veel tijd. Een bon voor een klein klusje vraagt evenveel administatieve tijd als voor een grote klus.”
Op dit moment telt de TD nog zo’n dertig medewerkers. Veel werk wordt uitbesteed. Geen goede ontwikkeling, vindt Albert: “Eigen mensen zijn altijd meer betrokken bij het instituut. Je kunt ze flexibeler inzetten en het werk is van hogere kwaliteit. Externen moet je ontvangen, ze op het terrein begeleiden, het werk uitleggen… En zo komen er twintig per dag. Dat kost veel tijd. Dat uitbesteden is vanuit theoretisch oogpunt bedacht, maar het is veel duurder en in de praktijk werkt het niet.”

Sjeu gekelderd
Dat laatste is meteen Alberts grootste punt van kritiek: op papier zal alles wel kloppen, maar er is te weinig oog voor de praktijk. “Het management zegt dat we op koers liggen. Maar is iedereen ook tevreden met hoe het gaat? Ik denk dat voor veel mensen de sjeu van het werk aardig is gekelderd. Ik begrijp dat een reorganisatie tijd nodig heeft, maar bij de TD zijn we er al vanaf 1992 mee bezig en het is nog steeds niet opgelost. Dat is frustrerend en lastig. Ik hoor steeds dat we klantvriendelijk en flexibel moeten zijn. Maar ik hèb me al in driehonderdtachtig bochten gewrongen. Bovendien lijkt het wel of het niet uitmaakt dat je hier al dertig jaar werkt; of dat geen meerwaarde heeft. Dat doet zeer.”

Veranderd
De omslag kwam op 16 augustus 2003. Toen kreeg Albert een ernstig auto-ongeluk. Aanvankelijk wilde hij zelfs tóen zijn werk niet in de steek laten. “Ik lag helemaal in de kreukels. Maar ik dacht: ik moet weer gaan werken, anders stort het instituut in. Ik lag vanuit mijn bed te vergaderen en dingen te regelen.” Al snel besefte Albert dat het zo niet ging. Hij praatte met hulpverleners en nam meer de tijd voor zijn herstel, uiteindelijk zo’n zestien maanden. Het ongeluk heeft zijn leven veranderd: “Ik heb veertig jaar keihard gewerkt. De zaterdag was voor mij een normale werkdag. Vooral door het ongeluk had ik er ineens genoeg van. Ik heb daarom gezegd: als het kan, wil ik er met 55 jaar uit.”
Ondanks zijn kritiek, vindt Albert het RIVM de beste werkgever waarvoor hij heeft gewerkt: “Het gras lijkt aan de overkant altijd groener. Maar het is hier altijd nog beter dan wat je buiten de deur denkt te vinden.”

Plannen
Albert maakt vanaf 1 oktober gebruik van de FPU-regeling, de vroegere VUT. Het afgelopen jaar heeft Albert zijn werk afgebouwd en plannen gemaakt voor de toekomst. ‘Rustig aan doen’ is er voorlopig niet bij: “Ik blijf bedrijvig maar alleen met leuke dingen. Ik heb een klein timmerbedrijfje, want met mijn handen werken is mijn ontspanning. En volgend jaar ben ik vier-vijf maanden niet meer in Nederland. Ik ga tenten beheren in Frankrijk. Verder heb ik twee schoonzussen in Florida en een neef in Texas, bij wie ik zijn huis ga schilderen. En ik wil gaan overwinteren in warme oorden, waar ik voor mensen wil gaan klussen aan bijvoorbeeld hun vakantiehuis. Nee, stilzitten zit niet in mijn genen.”

mijn foto’s

contact

Kees Vermeer
journalist / tekstschrijver
M 06-16708129
e

©2008-2018 Kees Vermeer [colofon]