wetenschappelijke teksten

Na negen jaar onderzoek
heel andere kijk op astma

verschenen in: website Astma Fonds

In de afgelopen jaren heeft prof. dr. Johan de Jongste van het Erasmus MC in Rotterdam veel onderzoek gedaan naar astma. En daardoor een heel andere kijk gekregen op de aandoening. “We zien astma nu als een syndroom, met grote verschillen binnen de patiëntengroep.”

Bij zijn benoeming tot hoogleraar namens het Astmafonds was De Jongste al hoofd van de afdeling Kinderlonggeneeskunde. Een belangrijke tak van het Rotterdamse onderzoek is het meten van luchtwegontsteking in uitgeademde lucht. In eerste instantie werd bepaald of dat sowieso mogelijk is en wat de normaalwaarden zijn. “Dat is heel goed gelukt”, verklaart De Jongste. “Vooral stikstofmonoxide (NO) in uitademingslucht blijkt een goede maat bij astma. Hoe hoger de waarde van de meting, hoe sterker de ontsteking. Uit onze studies bleek dat de ernst van astmatische klachten niet correspondeert met de ernst van de ontsteking. Maar de ontstekingremmende medicatie wordt vaak wèl afgesteld op de klachten. Ik ben er van overtuigd dat je astma niet alleen maar moet behandelen aan de hand van klachten, maar vooral moet afstemmen op de ernst van de ontsteking. Dit is in het bijzonder van belang voor jonge kinderen, bij wie astma-achtige klachten vaak niet met chronische ontsteking gepaard gaan, zodat ze waarschijnlijk vaak verkeerd behandeld worden.”

Geen astma
Volgens De Jongste is bij kinderen onder de 6 jaar met astmatische klachten de kans minder dan vijftig procent dat het inderdaad om astma gaat. De klachten kunnen ook worden veroorzaakt door een virusinfectie, aangeboren nauwe luchtwegen of het feit dat het kind te vroeg is geboren. Vaak gaan klachten niet over na een behandeling, maar verdwijnen ze vanzelf na 5 à 6 jaar. Waaruit eens te meer blijkt dat een langdurige behandeling met inhalatiesteroiden waarschijnlijk vaak niet nodig is: “Bij veel van dergelijke kinderen kun je de inhalatiesteroiden zonder problemen stoppen, omdat zij geen astma blijken te hebben. We controleren dan regelmatig of er geen aanwijzingen zijn voor ontsteking.”
Een andere onderzoekslijn is epidemiologisch onderzoek. Het Sophia kinderziekenhuis neemt deel aan de landelijke PIAMA-studie, waarin 8 jaar lang 4.000 kinderen worden gevolgd, en in kaart wordt gebracht wat de risicofactoren zijn voor astma en allergie. De studie is gestart in 1996 en inmiddels afgerond, maar het zal nog jaren duren voordat alle gegevens zijn uitgewerkt. Eén ding is al wel duidelijk geworden: blootstelling aan allergenen op jonge leeftijd heeft weinig invloed op het ontstaan van klachten op latere leeftijd. “Bijvoorbeeld het wegdoen van huisdieren werkt nauwelijks preventief”, zegt De Jongste. “Dat hoeven we ouders dus niet meer te adviseren.”

Huisartsen
Als derde tak van onderzoek noemt De Jongste studies die samen met huisartsen worden gedaan. Een voorbeeld daarvan is een onderzoek naar het effect van het middel cromoglycaat. Omdat dat bij kinderen met lichte astma vrijwel niet bleek te werken, wordt het nu niet meer voorgeschreven. Ook het inenten met de griepprik bleek niet zinvol bij kinderen met licht tot matig astma. “Bij zulke studies zijn honderden kinderen betrokken. Dat vraagt een grote inspanning van de huisartsen.”
Al het onderzoek heeft De Jongste volstrekt nieuwe inzichten gegeven over astma. Dat merkt hij vooral bij het herschrijven van leerboeken. “Tien jaar geleden zagen we astma als een ziekte waarbij het zenuwstelsel te veel geprikkeld wordt. Nu zien we astma als een syndroom, met grote verschillen binnen de patiëntengroep. Daarom is het van belang om nauwkeurig na te gaan wat iemand precies heeft, hoe die persoon reageert op prikkels en wat de leefomstandigheden zijn. Zo kun je patiënten clusteren in groepen met dezelfde kenmerken.”

Kinderlongverpleegkundigen
Een van de huidige projecten sluit goed aan bij dit nieuwe inzicht. Het richt zich op de inzet van kinderlongverpleegkundigen. Zij nemen in hun consulten ruim de tijd voor een patiënt, waar een arts vaak maar een kwartier heeft. Die extra tijd en aandacht kan een gunstige uitwerking hebben. De Jongste: “Van alle kinderen die wegens een ernstige astma-aanval in het Sophia Kinderziekenhuis worden opgenomen, wordt bijna de helft binnen een jaar opnieuw opgenomen vanwege een aanval. Maar met de inzet van onze kinderlongverpleegkundige zien we 85 procent minder heropnamen. Waarschijnlijk komt dat door een betere begeleiding en een laagdrempeliger contact. Zo vullen wij artsen en de kinderlongverpleegkundige elkaar mooi aan.”
Er valt nog veel te onderzoeken aan astma, denkt De Jongste. Hij voorziet onder meer ontwikkelingen in de behandeling, bijvoorbeeld via immunomodulatie met specifieke medicijnen of met probiotica. Ook zal er meer duidelijk worden over preventie en zal het uitademingsonderzoek een grote vlucht nemen. Dat zal een soort vingerafdruk van de longen geven, waarmee de arts in de toekomst onder andere kan zien wat er in de longen aan de hand is en hoe iemand zal reageren op medicijnen.
De toegenomen kennis is ook bruikbaar in de voorlichting. De Jongste noemt met name de voorlichting bij stoppen met roken: “Er is veel bekend over de effecten van passief meeroken, wat bij kinderen een gestoorde longontwikkeling geeft. We weten nog niet precies wat er gebeurt als ouders stoppen met roken, maar wel wat er gebeurt als ze doorgaan. Maar die kennis wordt nauwelijks gebruikt bij de begeleiding van rokende ouders en hun kinderen. Ik vind dat we daaraan meer aandacht moeten besteden.”

mijn foto’s

contact

Kees Vermeer
journalist / tekstschrijver
M 06-16708129
e

©2008-2018 Kees Vermeer [colofon]