wetenschappelijke teksten

Lasertherapie doodt tumorcellen met hitte

verschenen in: OK Magazine

Laser Induced Thermal Therapy (LITT) is een methode om tumorcellen te doden met hitte. Een glasfiber wordt rechtstreeks in een tumor gestoken, waarna er laserlicht doorheen wordt geleid dat het weefsel rond de fiber verhit tot meer dan 60 graden Celcius. In een aantal gespecialiseerde centra in Europa wordt deze techniek al veelvuldig toegepast, met name voor de behandeling van colorectale levermetastasen. In Nederland is de ervaring met LITT nog beperkt. Oncologisch chirurg dr. Richard van Hillegersberg van het Universitair Medisch Centrum Utrecht is op dit moment de enige die er patiënten mee behandelt.

Van Hillegersberg heeft al jarenlang belangstelling voor LITT. In 1989 begon hij de techniek dierexperimenteel te ontwikkelen. In 1993 is hij in Rotterdam gepromoveerd op dit onderzoek. Aanvankelijk liep hij aan tegen beperkingen van de fibers die in de tumor worden gestoken. “Het laserlicht komt uit de tip van de fiber, dus daar wordt de temperatuur heel hoog. Als je daar niks aan doet, verbrand je al het weefsel. Daarom hebben we een speciaal uiteinde gemaakt waar het laserlicht diffuus uitstraalt over een variabele lengte. Deze diffuser, gemaakt van glasfiber met een teflon coating, is te verkrijgen in vele maten, vanaf een halve centimeter. De rest van de fiber is verpakt in een sheet en wordt gekoeld met water.”

Weinig complicaties
Met deze techniek kan in ongeveer twintig minuten zo’n vier centimeter weefsel worden gedood. Bij de hoge temperatuur valt het DNA van de cellen uit elkaar en coaguleren de eiwitten, waardoor de cellen het niet overleven. De techniek kent weinig complicaties, legt Van Hillegersberg uit. “Er is geen groot wondoppervlak en je hoeft geen weefsel weg te halen. Het lichaam ruimt het dode weefsel zelf op. In het orgaan blijft alleen een litteken achter.” De patiënt kan na één à anderhalve week naar huis.
De techniek kan op twee manieren worden uitgevoerd: door de huid (percutaan) of open, waarbij het orgaan wordt blootgelegd. In Duitsland, waar al honderden patiënten met LITT zijn behandeld, gebeurt de methode percutaan. Van Hillegersberg, die tot nu toe ruim twintig patiënten met LITT heeft behandeld, past de open manier toe. Dat heeft voordelen, vertelt hij. “Je kunt de hele lever goed benaderen en je ziet wat je doet. Je kunt de fiber precies in de tumor steken. Dat is belangrijk omdat de tumor terug kan komen als je niet al het tumorweefsel doodt. Je kunt eventueel met verschillende fibers drie of vier tumoren tegelijk behandelen. Daarbij plaats je een prisma voor de lichtbron, die het laserlicht scheidt in meerdere stralen. Bovendien kun je meteen de rest van de buik inspecteren.”

CT-scans
In de eerste week na de ingreep wordt een CT-scan gemaakt om te zien of er tumorweefsel is achtergebleven. Na 6 maanden gebeurt dat opnieuw, om na te gaan of er nieuwe uitgroei is van tumoren. De behandeling kan dan eventueel worden herhaald, wat Van Hillegersberg eveneens noemt als groot pluspunt van LITT.
Ook vòòr de behandeling wordt van de lever een CT-scan gemaakt, om te zien waar het tumorweefsel zich bevindt. De behandeling gebeurt onder geleiding van contrastecho. Bij de open methode kan de chirurg de metastasen rechtstreeks zien en voelen. Ook de percutane methode gebeurt onder echogeleiding. Voor de patiënt heeft deze manier als voordeel dat een verblijf in het ziekenhuis niet nodig is: de patiënt kan al de volgende dag naar huis. De resultaten met LITT zijn soms zelfs beter dan na het operatief verwijderen van de tumor, weet Van Hillegersberg. “In Duitsland wilde men een vergelijkende studie doen, maar die kon niet doorgaan omdat de patiënten geen resectie meer wilden! Zij wilden alleen nog maar met LITT worden behandeld.”
Onlangs heeft Van Hillegersberg ook een behandeling percutaan uitgevoerd. Dat was bij een patiënt die al veel operaties in de buikholte had ondergaan, waardoor er veel verklevingen waren en het niet gunstig was om de buik opnieuw open te maken. Van Hillegersberg vond het op deze manier lastiger om de fiber op de goede plek te krijgen: “Je moet tussen de ribben door manoeuvreren. Wellicht gaat dat makkelijker als je je handelingen direct met MRI kunt bekijken. Dat is iets wat we nu willen gaan proberen. Je zou dan direct terugkoppeling kunnen krijgen van wat je doet. Dat zou met name bij de percutane methode erg handig zijn.”

Wel met stroom
Al bijna tien jaar geleden zijn in Rotterdam, in experimentele setting, de eerste patiënten behandeld met LITT. Maar de lasermethode is nooit goed van de grond gekomen. Zo’n vijftien centra in Nederland gebruiken wel een radiofrequente methode, die hetzelfde principe kent maar waarbij de hitte wordt geproduceerd door stroom. Van Hillegersberg noemt echter een aantal nadelen van die methode: “Je kunt minder grote afwijkingen behandelen en je kunt er niet meerdere tegelijk doen. Bovendien heeft de stroombron een eigen feedback-mechanisme, dat je niet handmatig kunt instellen. Bij hoge temperatuur neemt de weerstand van het weefsel toe en geeft het apparaat minder stroom. Daardoor duurt een behandeling langer.”
Van Hillegersberg werkt sinds vorig jaar in het UMCU en is nu bezig daar LITT te introduceren door zijn ervaringen te delen met zijn collega’s. Verder werkt hij nauw samen met het Duitse bedrijf Trumpf, dat software levert voor berekeningen die nodig zijn voor een behandeling. Bij die berekeningen wordt onder meer rekening gehouden met omliggend weefsel, zoals bloedvaten die warmte snel afvoeren. Dat is van invloed op de totale hoeveelheid energie die nodig is.

Alle solide organen
LITT wordt nu alleen toegepast voor de behandeling van tumoren in de lever. Van Hillegersberg heeft nog geen ervaring met andere organen, maar volgens hem is de methode te gebruiken bij alle solide organen. “Bijvoorbeeld longen, nieren, hersenen en de bijschildklier. We denken ook aan toepassing bij borstkanker. Als je het daarbij percutaan kunt doen, kan het cosmetisch een mooi resultaat geven.” Inmiddels zijn wel een aantal patiënten behandeld die zogeheten carcinoïdtumoren hebben. Dat zijn langzaam groeiende tumoren die hormonen produceren. Ze kunnen in het hele lichaam voorkomen en zaaien vooral uit naar de lever.
Hoewel Van Hillegersberg enthousiast is over LITT, benadrukt hij dat resectie de gouden standaard blijft. “LITT passen wij toe bij patiënten met een slechte conditie. Daarnaast wordt in studie verband LITT vergeleken met chemotherapie, de huidige standaardbehandeling voor irresectabele levermetastasen. Je kunt maximaal 9 à 10 metastasen doen, daarmee ben je een hele dag bezig. De patiënt kan dat wel aan, maar als er zoveel metastasen zijn, heb je als chirurg wel het gevoel dat je er een aantal mist.” Hij voegt er aan toe dat LITT niet geschikt is voor elk ziekenhuis: “Het past in het palet van behandelingen van levertumoren.”
Voor het OK-personeel zal het gebruik van LITT niet van grote invloed zijn op de werkzaamheden, denkt Van Hillegersberg. “Men moet op dezelfde manier voorbereid zijn als bij een leveroperatie. Maar deze ingreep is veel kleiner. Voor de anesthesist is het daardoor een relatief eenvoudige procedure. Er is een klinisch fysicus die de laser bedient, maar dat kan ook prima door een omloop worden geleerd.”

mijn foto’s

contact

Kees Vermeer
journalist / tekstschrijver
M 06-16708129
e

©2008-2018 Kees Vermeer [colofon]