personeelsbladen

Slaapprobleem? Naar de slaappoli!

verschenen in: personeelsblad Reinier de Graaf Groep, Delft

Slaapstoornissen komen veel voor. Met name snurken en het zogeheten slaapapneu kunnen ingrijpende gevolgen hebben, zowel voor de persoon zelf als voor diens partner. De behandelaars van de slaappoli willen patiënten daarom zo snel mogelijk helpen. Sinds kort kunnen mensen thuis eerst een vragenlijst invullen, waardoor zij direct bij de goede specialist terecht komen. Dat verkort de wachttijd.

De slaappoli onderzoekt en behandelt slaapstoornissen. Die krijgen steeds meer aandacht, vertelt neuroloog Jan Swen. “We weten nu dat ze veel lichamelijke klachten veroorzaken. Mensen kunnen te weinig slapen of juist te veel, of abnormale dingen doen tijdens de slaap. Zo stond een vrouw’s nachts in haar slaap een gat in een muur te boren. De volgende ochtend wist zij daar niets meer van. Zo extreem kan het zijn. Met alle gebieden hou ik me bezig, maar snurken en slaapapneu komen het meest voor. Zo’n vijf procent van de bevolking heeft er last van. De meeste patiënten hebben ernstig overgewicht.”
De slaappoli is een samenwerking tussen de neuroloog, KNO-arts, longarts en soms de kaakchirurg. “We hebben veel direct overleg”, laat Jan weten. “We bellen elkaar op terwijl de patiënt voor ons zit. Zo houden we de lijnen kort. Daarnaast hebben we eenmaal per maand gezamenlijk overleg.”

Lichamelijke klachten
Snurken komt doordat in de slaap de spieren verslappen en de luchtwegen vernauwen. Bij apneu gaat het nog een stapje verder: daarbij vallen de luchtwegen dicht, waardoor de persoon stopt met ademen. Dat kan wel langer dan een halve minuut duren, waarna de ademhaling weer met een schok op gang komt. “De partner schrikt zich een ongeluk als dat gebeurt”, zegt Jan. “Die stuurt dan ook meestal de patiënt naar de huisarts. Die verwijst meestal naar de KNO-arts.”
Slaapapneu geeft na een tijdje lichamelijke klachten. De persoon slaapt minder diep en is overdag moe en slaperig, voelt zich naar, kan zich moeilijker concentreren en presteert minder op het werk. Ook de persoonlijkheid verandert vaak: “Men wordt minder vriendelijk, om het zachtjes uit te drukken. De persoon is snel geïrriteerd. Als je niets aan de stoornis doet, kan iemand in de WAO belanden. We zien ook dat partners weggaan, want die houden het niet vol. Maar het kan jaren duren voordat de klachten worden herkend als een slaapstoornis.”

Onderzoek en behandeling
Onderzoek gebeurt met een speciaal apparaatje, dat bij de persoon thuis een nacht lang de slaapdiepte, de adembewegingen, luchtpassage en de hoeveelheid zuurstof in het bloed registreert. In het ziekenhuis leest de computer naderhand het apparaat uit en controleert een klinisch-neurofysiologisch laborant de gegevens. Aan de hand van de uitslag start de behandeling.
Patiënten met overgewicht krijgen het advies om af te vallen. Ook wordt geadviseerd om zo veel mogelijk op de zij te slapen. De KNO-arts kan een zogenoemde snurkscopie doen. De patiënt wordt dan met een slaapmiddel in slaap gebracht, waarna de KNO-arts de luchtweg onderzoekt. Aan de hand daarvan wordt soms besloten tot een operatie aan het zachte verhemelte. De KNO-arts kan ook een beugel in de mond plaatsen, die de onderkaak iets naar voren zet en de luchtdoorgang ruimer maakt.
Verder kan bij de patiënt thuis een compressor worden geplaatst die via een neuskapje lucht toedient en de luchtwegen open houdt. Dit apparaat geeft goede resultaten, vertelt Jan. “Mensen die hier aanvankelijk doodmoe binnenkwamen, krijgen minder klachten en worden veel energieker. Dat werkt twee kanten op: ze zijn niet meer zo prikkelbaar en ze zijn actiever, wat bijdraagt aan het afvallen.”

Stroomlijning
De slaapspecialisten proberen het hele traject zo kort mogelijk te houden, omdat zij patiënten snel willen helpen. De vragenlijst op internet helpt daarbij, evenals goede stroomlijning van polibezoek, diagnostiek en behandeling. Verder overlegt Jan met het bedrijf dat de compressors bij de mensen thuis plaatst. “Als wij de apparaten hier in huis hebben en meteen aan de patiënt kunnen meegeven, hoeft men daar thuis niet op te wachten.”
De neuroloog is blij dat er steeds meer bekend wordt over slaapstoornissen en dat artsen de klachten steeds beter herkennen. “We zien nu ongeveer driehonderd patiënten per jaar, we streven naar vijfhonderd. En ik verheug me er op dat we hen steeds sneller kunnen helpen.”

mijn foto’s

contact

Kees Vermeer
journalist / tekstschrijver
M 06-16708129
e

©2008-2018 Kees Vermeer [colofon]