verslagen

Knie- en heupprothesen:
‘Er kan eigenlijk weinig meer fout gaan’

verschenen in: Medisch Nieuws

Knie- en heupprothesen worden tegenwoordig binnen een uur geplaatst. De fabrikant levert bij de prothesen complete sets met alle materialen die voor de operatie nodig zijn, waaronder zaagmallen en proefprothesen. De patiënt ligt drie tot vijf dagen in het ziekenhuis, waarna het nieuwe lichaamsdeel vijftien tot twintig jaar mee kan. “Er kan eigenlijk weinig meer fout gaan”, zegt orthopedisch chirurg Eric Breemans in locatie Lukas van Gelre ziekenhuizen in Apeldoorn.

Op de operatietafel ligt een 74-jarige vrouw, bij wie acht jaar geleden de rechterheup is vervangen en die vandaag een nieuwe linkerheup krijgt. Ze ligt op haar zij en is bij bewustzijn. De verdoving gebeurt via een ruggenprik. De vrouw krijgt een heupprothese van Smith&Nephew. Chirurg Breemans wordt geassisteerd door Pieter Spinder, OK-assistent in dienst van Smith&Nephew. Productmanager Wesley Portegies van Smith&Nephew woont eveneens de operatie bij.

Kapsel en gewricht vrijmaken
De operatie begint om half drie. Het been van de patiënt wordt eerst bedekt met incisiefolie van Smith&Nephew, dat waarschijnlijk infecties tegengaat en de huid rond de wond beter op zijn plaats houdt. De chirurg maakt een incisie van ongeveer vijftien centimeter in de heup. De spieren worden opzij geduwd en getrokken om het heupkapsel te bereiken en bloot te leggen. De patiënt blijkt spraakzaam en maakt tijdens de operatie grapjes met chirurg Breemans. ‘Niet zo’n grote wond alstublieft.’ ‘Heb ik mooie spieren?’ ‘Hecht u het straks weer netjes dicht?’
Het kapsel rond het heupgewricht wordt opengemaakt, waardoor het gewricht vrij komt te liggen. Al enkele minuten later zaagt Breemans de heupkop af. Hij laat zien waarom deze patiënt een nieuwe heup nodig heeft: al het kraakbeen is afgesleten en de kop is door wrijving vervormd.

Geen cement nodig
Na ongeveer tien minuten is de cup in het bekken vrijgemaakt. Deze wordt uitgeboord met een boor die een millimeter kleiner is dan de kop van de prothese. De cup wordt schoongemaakt en Breemans slaat de prothesecup vervolgens vast in het bekken. “De cup is van titanium en aan de buitenkant bekleed met hydroxyapatiet”, vertelt Wesley Portegies. “Dat zorgt ervoor dat de cup vergroeit met het bot van het bekken. Voor deze prothese is dus geen cement nodig om ‘m vast te zetten. In de markt zien we een verschuiving naar ongecementeerde protheses, maar het is afhankelijk van de leeftijd van de patiënt welke je kunt gebruiken. Bij oudere patiënten is het bot poreuzer en dan is het echt nodig om de prothese met cement vast te zetten. De chirurg beoordeelt de kwaliteit van het bot vooraf aan de hand van de röntgenfoto van de heup. Deze mevrouw heeft nog goede botten, zodat de chirurg de ongecementeerde prothese kan plaatsen.”
In de titanium cup wordt een polyethyleen laag (‘liner’) geplaatst, die vastklikt in de cup. Wesley legt uit: “De cup moet helemaal schoon zijn. Als zich nog weefseldeeltjes tussen het titanium en het polyethyleen bevindt, ontstaat aan de achterkant van de liner slijtage door wrijving.”

Heupkop wordt geplaatst
Met een blokbeitel en een handboor maakt Breemans vervolgens een kanaal in het bot van het bovenbeen. Hierin komt de nieuwe heupkop. Het kanaal wordt met een vlijmscherpe rasp op maat gemaakt voor de prothese, waarna de steel van de prothese wordt geplaatst. Deze bevat, net als de cup, een laag hydroxyapatiet dat zorgt voor vergroeiing met het bot.
Het laatste onderdeel van de heupprothese is de heupkop, die op de top van de steel wordt geslagen. De kop bevat een conisch toelopend gat, waardoor die vastklemt op de eveneens conische top van de steel. De heupkop is gemaakt van kobalt-chroom, wat dus zal gaan bewegen over de polyethyleen liner in de cup. De liner zal daardoor uiteindelijk slijten en na vijftien tot twintig jaar aan vervanging toe zijn. Dit probleem bestaat niet bij het nieuwe type heupprothese, de BHR (Birmingham Hip Resurfacing) (zie kader). Bij de BHR zijn beide gewrichtscomponenten van gepolijst kobalt-chroom.

Been weer strekken
Een half uur na aanvang van de operatie kan Breemans al testen of de heupprothese goed zit en of het been goed kan bewegen. Hij vertelt daarbij: “Vaak denkt een patiënt in eerste instantie dat er een te lange prothese is geplaatst. Dat komt doordat men het been weer helemaal kan strekken, wat met de versleten heup niet kon. Als men met de prothese het been voor het eerst weer strekt, voelt dat vreemd aan.”
De operatie is geslaagd, de wond wordt gehecht en de incisiefolie verwijderd. De patiënt krijgt een pleister op de wond en wordt de OK uitgereden. De klok wijst kwart over drie. De ingreep heeft al met al drie kwartier geduurd.
Deze operatie is uitgevoerd met OK-personeel van het ziekenhuis. Op de dinsdag is dat in het Lukas ziekenhuis anders, vertelt Breemans: “Die dag is gereserveerd voor het zogenaamde ‘Staan en gaan’-programma. Dat gebeurt met een vast, extern operatieteam, onder wie één medewerker van Smith&Nephew, dat is gespecialiseerd in knie- en heupoperaties. Zo’n vast team is heel goed op elkaar ingewerkt. Dat werkt heel prettig. We kunnen zo per keer vijf prothesen plaatsen.”

Nieuwe heupprothese
Smith&Nephew levert eveneens een nieuwe heupprothese: de BHR (Birmingham Hip Resurfacing). Bij deze prothese wordt de heupkop niet afgezaagd, maar alleen het slechte kraakbeen vervangen door een nieuwe bedekking van kobalt-chroom. De heupkom is eveneens van kobalt-chroom. Beide gewrichtscomponenten zijn nauwkeurig gepolijst tot een optimaal glad oppervlak. Deze prothese heeft minder slijtage en meer stabiliteit. Lange termijnresultaten zijn er nog niet, maar de verwachting is dat de prothese minimaal twintig jaar meegaat. Vanwege de betere stabiliteit is de prothese geschikt voor jongere, nog actieve patiënten.
Orthopedisch chirurg Eric Breemans heeft de operatietechniek in Birmingham geleerd en inmiddels bijna vijftig BHR-prothesen geplaatst. “De operatiemethode is technisch wat lastiger dan met de conventionele prothese”, vertelt hij. “Doordat de heupkop intact blijft, is het erg belangrijk dat je de bloedvoorziening daarin respecteert. Je moet voorzichtiger te werk gaan. Ik denk dat je de operatie wel tien tot twintig keer moet doen voordat je de techniek goed in de vingers hebt. Ook het operatieteam is daarbij heel belangrijk.
Heupkop hergebruikt
De heupkop wordt niet weggegooid, maar samen met enkele buisjes bloed verkocht aan Stichting Bio Implant Services (BIS). Deze stichting bemiddelt sinds 1989 bij donatie en toewijzing van menselijke hoornvliezen, hartkleppen en botweefsel voor transplantatiedoeleinden. BIS heeft samen met de Netherlands Bonebank Foundation (NBF) het zogenoemde heupkopproject ontwikkeld omdat er steeds meer vraag is naar autoloog en postmortaal botweefsel. Botweefsel is afkomstig van patiënten van wie heupkoppen zijn verwijderd tijdens een orthopedische of traumaoperatie. De buisjes bloed worden gebruikt voor onderzoek voor het vrijgeven van de kop.
Het weefsel kan gebruikt worden voor transplantatiedoeleinden bij mensen die nieuw bot nodig hebben vanwege ziek of gedegenereerd bot, bijvoorbeeld om een totale heup te reconstrueren of bij een revisie van de wervelkolom.


mijn foto’s

contact

Kees Vermeer
journalist / tekstschrijver
M 06-16708129
e

©2008-2018 Kees Vermeer [colofon]